Drie (korte) schrijfopdrachten om te doen tijdens de les Nederlands

Zoals jullie misschien weten, volg ik de lerarenopleiding Nederlands. Twee keer per week loop ik stage en geef ik volledige lessen. Natuurlijk moet ik mij aan de lesmethode houden, maar er is altijd genoeg ruimte voor andere dingen tijdens de les. Zo geef ik één keer per week een blokuur Nederlands aan een brugklas. Het eerste lesuur geef ik uitleg over de stof waar we die les mee aan de slag gaan, zodat ze daarna wat gemakkelijker de opdrachten uit het boek kunnen maken. Voor leerlingen is het niet te doen om negentig minuten lang geconcentreerd aan het werk te zijn. En ik moet toegeven: ik kan dat ook niet. Daarom starten we het tweede deel van het blokuur sinds kort met een schrijfopdracht. Elke week kom ik met een nieuwe schrijfopdracht aanzetten, waar de leerlingen een deel van of het hele tweede lesuur mee bezig zijn.

Het leek mij leuk om een aantal van deze opdrachten aan jullie te laten zien, zodat jullie een beetje inzicht krijgen in wat voor opdrachten ik verzin voor mijn leerlingen. Bovendien kan ik later, als ik even zonder inspiratie zit, weer terugkijken op deze post en de opdrachten met mijn leerlingen opnieuw uitvoeren.

Twee-minuten-schrijfopdracht

Duur opdracht: 2 minuten
Duur bespreking: 10 minuten

In tweetallen

Bij deze schrijfopdracht is het de bedoeling dat de leerlingen in tweetallen werken. Elk tweetal krijgt een blaadje, waar ze op kunnen schrijven. De leerlingen moeten in twee minuten een lopend verhaaltje schrijven, met begin, middenstuk en slot. Ze moeten om en om een zin op het papier zetten en de docent houdt de tijd bij. Na de twee minuten kun je er voor kiezen om al je leerlingen of een aantal leerlingen het verhaal voor te laten lezen. Je kunt de opdracht zo uitgebreid mogelijk maken, maar ik heb ervoor gekozen om de leerlingen tijdens deze opdracht helemaal vrij te laten in het kiezen van een onderwerp. Het onderdeel schrijven is al moeilijk genoeg en dan zit er ook zo’n tijdsdruk achter. Hoe vaker je met de leerlingen schrijft, hoe moeilijker je de opdrachten uiteraard kan maken.

Mijn leerlingen vonden deze opdracht heel leuk om te doen en ik verbaasde me erover hoeveel zij na twee minuten op papier hadden staan.

Schrijf het verhaal af

Duur opdracht: 50 minuten

Individueel of in tweetallen

Dit idee heb ik van de methode Nieuwsbegrip. Je geeft je leerlingen een aantal verhaalideeën en naar aanleiding hiervan schrijven ze een verhaal. Dit verhaal kan zo lang of kort zijn als je als docent aangeeft. Mijn leerlingen moesten minimaal één A4’tje volschrijven, maar meer mocht ook. Dit moesten zij individueel doen, maar ze mochten van mij de eerste vijf minuten met elkaar overleggen. Daarna werd er in doodse stilte gewerkt.

De leerlingen waren erg creatief bezig tijdens het uitvoeren van deze opdracht. Ze vonden het een heel leuke schrijfopdracht en de meeste leerlingen hebben meer dan één A4’tje volgeschreven. Het was ook heel leuk om te lezen dat sommige collega’s van mij ook een rol speelden in het verhaal. Van tevoren heb ik wel duidelijk aangegeven dat de leerlingen er een net verhaal van moesten maken, omdat ik alle verhalen zou lezen. Hier heeft iedereen zich gelukkig aan gehouden.

Dit zijn de twee verhaalideeën die ik heb gebruikt:

  1. Is mijn leerkracht een robot?
    Robots lijken steeds meer op echte mensen. In 2050 kun je het verschil tussen robots en mensen bijna niet meer zien. Jij denkt dat je leerkracht een robot is, maar je weet het nog niet zeker. Hoe kom je erachter of het inderdaad zo is? En wat gebeurt er dan?
  2. De kapotte tijdmachine.
    In 2050 hoef je geen geschiedenisboeken te lezen, want je gaat gewoon met de hele klas terug in de tijd. Zo kun je zelf zien wat er vroeger gebeurde. Je hebt net met je klas een tijdreis gemaakt, maar dan gaat het mis. De tijdmachine gaat kapot. In welke tijd zit je, en waar? Wat nu?

Tweet schrijven

Duur opdracht: 10 minuten
Duur bespreking: 5 minuten

Individueel

Dit is een opdracht die ik morgen ga uitvoeren met mijn leerlingen. Ik laat mijn leerlingen van tevoren ongeveer tien grappige tweets zien. Daarna krijgen ze de opdracht zelf een tweet te schrijven. Wat moeilijk is aan deze opdracht, is dat ze maar 140 karakters mogen gebruiken. Dit lijkt veel, maar is heel weinig. Spaties en leestekens worden namelijk ook meegerekend. Daarom is het slim om wel even de tijd te nemen voor deze opdracht, omdat de leerlingen waarschijnlijk de ‘tweet’ een paar keer moeten herschrijven. Ik zou hier nou ook weer niet te lang de tijd voor nemen, want dan gaat het misschien ten koste van de creativiteit van de leerlingen.

Dit waren voor nu de drie schrijfopdrachten. Als je zelf docent bent, hoop ik dat je er misschien wat aan hebt 😉 En ik ben ook benieuwd naar het resultaat van jullie, als je één van de opdrachten hebt uitgevoerd.

Hebben jullie nog tips voor leuke schrijfopdrachten?

X Marloes

Dit is ook leuk voor jou

4 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *